Así se sentirá leer la historia.
Kinderen uit m'n klas
texto de Project Gutenberg · leído por Bianca Kramer para LibriVox
baja, porfa ↓continuar ↓
(empezar de nuevo)
Opmerkingen van de bewerker
De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.
Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.
Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
dunne rode stippellijn,
waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.
Variaties in spelling zijn behouden.
Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan het eind van dit bestand.
KINDEREN UIT M'N KLAS.
KINDEREN UIT M'N KLAS
DOOR
P. J. COHEN DE VRIES.
W. DE HAAN—UTRECHT—1922
Aan m'n man.
Niet zonder schroom trokken de „Kinderen uit m'n klas” voor 't eerst de wijde wereld in. Bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant vonden ze een gastvrij onderdak en tot hun groote vreugde werden ze door de lezers van dat blad zeer hartelijk ontvangen. Veel vrienden mochten ze zich verwerven en zelfs ontvingen ze herhaaldelijk de uitnoodiging, om nog eens, en dan samen, te verschijnen. Zoo staan ze dan gereed voor de nieuwe reis, trotsch op het keurige pakje, waarin ze voor deze gelegenheid zijn gestoken en echt in hun schik, dat ze nu voortaan bij elkaar mogen blijven.
INHOUD.
| Bladz. | |
| Chris | 1 |
| Liesbeth | 9 |
| Piet | 18 |
| Elsje | 26 |
| Arie Bombarie | 38 |
| Mientje | 48 |
| 't Prinsje | 58 |
| Trui | 66 |
| Jopie | 76 |
| De Meijertjes | 85 |
| Steven | 94 |
| Immetje | 103 |
| Gaassie | 113 |
| Juudje | 120 |
| Jan | 128 |
| Engelientje | 135 |
| Jassie | 143 |
CHRIS.
De bel gaat. 't Is negen uur.
Gehoorzaam trekken m'n paardjes aan; de wagen rolt kalm in 't zelfde spoor van alle dagen, de les is begonnen.
Daar gaat de deur open. Het Hoofd komt binnen, met een nieuwen jongen.
Lieve hemel! denk ik. Dat wordt No. 40. De klas is al zoo vol! En toch al zooveel jongens!
Met één oogopslag zie ik, dat hij groot en forsch is. „Misschien komt hij maar op proef en kan een klas hooger geplaatst worden,” is mijn laatste troost.
„Juffrouw,” begint het Hoofd, „hier kom ik u een nieuwen leerling brengen; die wil graag in deze klas komen!”
M'n nieuwe leerling en ik bekijken elkaar.
„Hoe heet je?” vraag ik.
„Chris Manders.”
„En hoe oud ben je?”
Hij is een jaar ouder dan de norm van m'n klas. Toch ziet hij er niet dom uit, of achterlijk. Ook heeft hij niet het verlegene en stugge van de zittenblijvers. Hij kijkt me zelfs vriendelijk aan, uit een paar diepblauwe oogen. Maar 't gezicht heeft iets onkinderlijks, iets vroeg-wijs. 'k Geloof, dat het voornamelijk zit in den trek om den mond.
Ondertusschen heeft hij mij met evenveel aandacht opgenomen, als ik hem. Maar nu schijnt hij met zijn onderzoek gereed. Hij kijkt eerst eens door 't raam en monstert dan de klas, d.w.z. alleen de jongensrijen.
„'t Is een kleine zwerver,” fluistert 't Hoofd achter de leerplichtkaart, die hij in de hand heeft. „Eenig kind van een weduwe met nieuwe trouwplannen. Nu is de jongen natuurlijk te veel. Hij is de laatste maanden bij zijn grootmoeder, een door en door fatsoenlijke vrouw. Ze heeft hem zoo pas zelf gebracht. Hij komt van school No.... uit de .... straat. Maar daar draaide hij geregeld stukjes. 't Gewone liedje hé, geen toezicht thuis! En 't was voor dat mensch, dat zelf nog uit werken gaat, te ver, om hem geregeld te brengen. Daarom heeft ze overplaatsing gevraagd en nu is ze vol moed, dat 't hier beter zal gaan. Ze woont hier vlak bij, en wil hem elken morgen brengen.”
recuperando tu lugar…
cargando el resto…