tale.fyi

Inhalt▾
Inhalt
  1. VOORREDE.
  2. EERSTE HOOFDSTUK
  3. WAARIN DE LEZER EEN MENSCHLIEVEND MAN LEERT KENNEN.
  4. TWEEDE HOOFDSTUK
  5. DE MOEDER
  6. DERDE HOOFDSTUK.
  7. DE ECHTGENOOT EN VADER.
  8. VIERDE HOOFDSTUK.
  9. EEN AVOND IN DE HUT VAN OOM TOM.
  10. VIJFDE HOOFDSTUK.
  11. WAT LEVENDE KOOPWAAR GEVOELT BIJ VERWISSELING VAN EIGENAAR.
  12. ZESDE HOOFDSTUK.
  13. DE ONTDEKKING.
  14. ZEVENDE HOOFDSTUK.
  15. MOEDERANGST EN MOEDERKRACHT.
  16. ACHTSTE HOOFDSTUK.
  17. ELIZA'S ONTSNAPPING.
  18. NEGENDE HOOFDSTUK.
  19. WAARIN HET BLIJKT DAT EEN SENATOR NIET MEER DAN EEN MENSCH IS.
  20. TIENDE HOOFDSTUK.
  21. DE GEKOCHTE WAAR WORDT WEGGEHAALD.
  22. ELFDE HOOFDSTUK.
  23. WAARIN EEN SLAAF VOORKOMT DIE GEEN SLAAF MEER IS.
  24. TWAALFDE HOOFDSTUK.
  25. EEN PROEFJE VAN WAT ER IN DEN WETTIGEN HANDEL VOORKOMT.
  26. DERTIENDE HOOFDSTUK.
  27. DE KWAKERS.
  28. VEERTIENDE HOOFDSTUK.
  29. EVANGELINE.
  30. VIJFTIENDE HOOFDSTUK.
  31. OVER TOMS NIEUWEN MEESTER EN VERSCHEIDENE ANDERE DINGEN.
  32. ZESTIENDE HOOFDSTUK.
  33. TOMS NIEUWE MEESTERES EN HARE GEVOELENS.
  34. ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
  35. EEN VRIJ MAN, DIE ZIJNE VRIJHEID VERDEDIGT.
  36. ACHTTIENDE HOOFDSTUK.
  37. MISS OPHELIA AANVAARDT HARE TAAK.
  38. NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
  39. GESCHIEDENIS VAN ST.-CLARE.
  40. TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  41. TOPSY.
  42. EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  43. KENTUCKY.
  44. TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  45. HET GRAS VERDORT—DE BLOEM VERWELKT.
  46. DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  47. HENRIQUE.
  48. VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  49. VOORTEEKENEN.
  50. VIJF EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  51. DE KLEINE EVANGELIST.
  52. ZES EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.
  53. DOOD.
  54. ZEVEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK
  55. "DIT IS HET LAATSTE VAN DE AARDE", JOHN Q. ADAMS
  56. ACHT EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK
  57. HEREENIGING.
  58. NEGEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK
  59. DE NALATENSCHAP
  60. DERTIGSTE HOOFDSTUK
  61. HET SLAVENMAGAZIJN
  62. EEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  63. DE OVERTOCHT
  64. TWEE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  65. DUISTERE PLAATSEN
  66. DRIE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  67. CASSY
  68. VIER EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  69. GESCHIEDENIS DER QUADRONE
  70. VIJF EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  71. DE GEDACHTENISSEN
  72. ZES EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  73. EMMELINE EN CASSY
  74. ZEVEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  75. VRIJHEID
  76. ACHT EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  77. DE OVERWINNING.
  78. NEGEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK
  79. KRIJGSLISTEN
  80. VEERTIGSTE HOOFDSTUK
  81. DE MARTELAAR
  82. EEN EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK
  83. DE JONGE MEESTER
  84. TWEE EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK
  85. EENE AUTHENTIEKE SPOOKHISTORIE
  86. DRIE EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK
  87. DE AFLOOP
  88. VIER EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK
  89. DE BEVRIJDER
  90. VIJF EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK
  91. NASCHRIFT
  92. EINDE
  93. INHOUD
  94. AANTEEKENINGEN
Deutsch ▾

De Negerhut

Harriet Beecher Stowe

kostenlos · 184.104 Wörter · ~12 Std. Lesezeit

Text von Project Gutenberg

scroll mal ↓weiter ↓

(von vorn beginnen)

Cohen-Editie

Van de

Beste Binnen- en Buitenlandsche Boeken

                          Uitgave van
              Gebroeders E. & M. Cohen, Amsterdam
                              1918

De Negerhut

(Uncle Tom's Cabin)

Een verhaal uit het slavenleven in Noord-Amerika

Door

Harriet Beecher Stowe

          Naar den 20sten Amerikaanschen druk uit het
                       Engelsch vertaald

Door

C. M. Mensing

Geïllustreerd door Braakensiek en anderen

                          Uitgave van
              Gebroeders E. & M. Cohen, Amsterdam
                        Heerengracht 326

VOORREDE.

De tooneelen van dit verhaal verplaatsen den lezer, gelijk de titel reeds aanduidt, onder een menschenstam, waarvan de beschaafde maatschappij tot nog toe hare aandacht heeft afgewend en liefst niets heeft willen weten: een vreemd geslacht, welks voorouders, onder de zon der keerkringen geboren, een karakter medebrachten en aan hunne afstammelingen ten erfdeel gaven, zoo geheel ongelijk aan dat van den harden en heerschenden Anglo-Saksischen stam, dat het van dezen vele jaren lang niets anders dan misverstand en verachting heeft kunnen verwerven.

Doch wij zien het aanbreken van een anderen en beteren dag; letterkunde, poëzie en kunsten brengen in onzen tijd haar invloed meer en meer in overeenstemming met den voornamen grondtoon des Christendoms: "In de menschen een welbehagen!"

De dichter, de schilder en de schrijver zoeken thans de meer gewone betrekkingen des levens en de zachtere aandoeningen van het menschelijke hart op, pogen deze schooner en beminnelijker te maken, en ademen, onder het lokkende der verdichting, een geest van menschelijkheid en verteedering, welke de ontwikkeling der groote beginselen van Christelijke broederschap moet bevorderen.

De hand der menschenliefde is overal uitgestrekt, om naar misbruiken te zoeken, om verongelijkingen te herstellen, om rampen te lenigen, en de geringen, de verdrukten en de vergetenen voor de oogen der wereld te plaatsen, en deze tot medelijden te bewegen.

In deze algemeene beweging is men eindelijk gedachtig aan het ongelukkige Afrika: Afrika, dat in den schemerachtigen dageraad van den ouden tijd het eerst de loopbaan der beschaving intrad, maar dat sedert eeuwen geboeid en bloedende voor de voeten der beschaafde en Christelijke menschheid gelegen en vruchteloos om haar medelijden gesmeekt heeft.

Doch het hart van den heerschenden stam, het hart van hen, die de overwinnaars en harde meesters der Afrikaansche menschheid zijn geweest, is eindelijk tot barmhartigheid met haar bewogen, en men heeft gezien hoeveel edeler het voor volken is de zwakken te beschermen, dan hen te onderdrukken. God zij geloofd, de wereld heeft eindelijk den slavenhandel overleefd.

Het oogmerk dezer schetsen is, gevoel en medelijden voor het Afrikaansche menschengeslacht, gelijk het onder ons Amerikanen leeft, te doen ontwaken; het onrecht en de ellende te doen zien, die het lijdt onder een stelsel, hetwelk zoo noodzakelijk wreed en onrechtvaardig is, dat het de goede gevolgen verijdelt en vernietigt van alles, wat onder dat stelsel door de beste vrienden dier ongelukkigen voor hen kan beproefd worden.

Dit doende kan de schrijfster oprechtelijk alle vijandelijk gevoel verloochenen jegens diegenen die dikwijls zonder eigen schuld in de bezwaren en moeilijkheden van de wettelijke aangelegenheden der slavernij zijn betrokken.

De ondervinding heeft haar bewezen, dat menschen met het helderste hoofd en het edelste hart dikwijls in deze moeielijkheden zijn gewikkeld, en niemand weet beter dan zij, dat alles wat men uit schetsen gelijk deze van de ellende der slavernij kan leeren kennen, nog niet de helft is van hetgeen men zou kunnen verhalen van het onbeschrijfelijk geheel.

In de noordelijke staten zullen deze tafereelen misschien overdreven genoemd worden; in de zuidelijke staten zijn getuigen, die weten hoe getrouw zij zijn. Welke persoonlijke kennis de schrijfster draagt van werkelijke voorvallen, gelijk dezulke die hier verhaald zijn, zal op zijnen tijd blijken.

Het is een troost, te hopen dat, gelijk de wereld van eeuw tot eeuw zooveel smart en onrecht heeft overleefd en achter zich gelaten, er zoo een tijd zal komen, wanneer schetsen gelijk deze alleen belangrijk zullen zijn als gedenkstukken van iets, dat al lang heeft opgehouden te bestaan.

Wanneer een verlichte en echt Christelijke maatschappij op de kusten van Afrika zal gevestigd zijn, met eene aan ons ontleende wetgeving, taal en letterkunde, mogen dan de tooneelen uit het diensthuis voor hare leden wezen gelijk de geheugenissen van Egypte voor den Israëliet—eene opwekking tot dankbaarheid aan Hem, die hen verlost heeft!

EERSTE HOOFDSTUK

WAARIN DE LEZER EEN MENSCHLIEVEND MAN LEERT KENNEN.

Laat in den namiddag van een guren dag in Februari zaten twee heeren alleen bij hunnen wijn, in een fraai gemeubileerd eetzaaltje, in de stad P***, in Kentucky. Er waren geene bedienden aanwezig, en met dicht bij elkander geschoven stoelen schenen de heeren met grooten ernst over een belangrijk onderwerp te spreken.

Heeren hebben wij zooeven gezegd. Een van de twee scheen echter, als men hem oplettend aanzag, dien naam niet zeer te verdienen. Hij was een kort, zwaarlijvig man, met grove, gemeene gelaatstrekken en dat voorkomen van opgeblazen aanmatiging, dat een man van weinig opvoeding kenmerkt, die zich in de wereld omhoog tracht te werken. Hij was buitensporig zwierig gekleed, met een schitterend veelkleurig vest, eene blauwe das met schreeuwend gele oogen bezaaid en met een winderigen strik opgeknoopt, volkomen in overeenstemming met het geheele voorkomen van den persoon. Zijne handen, groot en grof, waren met ringen overladen; hij droeg een zwaren gouden horloge-ketting, met een tros verbazende cachetten van allerlei kleuren daaraan, welke hij gewoon was onder het spreken met blijkbaar welgevallen te laten slingeren en rinkelen. Zijne taal was eene zeer vrijpostige uittarting van al de regelen der spraakkunst, en hier en daar met verschillende profane uitdrukkingen doorzaaid, welke wij zelfs niet uit verlangen om ons verhaal levendiger te maken willen overnemen.

De ander, Mr. Shelby, had inderdaad het voorkomen van een heer, een gentleman, en de geheele inrichting van zijn huis en huishouden scheen te doen blijken, dat hij een gegoed, ja zelfs een rijk man moest wezen. Gelijk reeds gezegd is, waren deze twee midden in een ernstig gesprek.

"Dat is de manier, waarop ik de zaak wilde schikken", zeide Mr. Shelby.

"Op die manier kan ik geen handel doen—stellig niet, Mijnheer Shelby!" zeide de ander, en hield te gelijk een glas wijn tusschen zijn oog en het licht.

"Wel, ik zal u zeggen, Haley, Tom is een buitengewone kerel; hij is die som zeker overal waardig—nuchter, eerlijk en bekwaam, houdt hij mijne geheele hoeve in orde, alsof het een uurwerk was."

deine Stelle wird wiederhergestellt…

der Rest wird geladen…

Als Nächstes lesen

  • PallieterFelix Timmermans
    Pallieter woont aan de Nete bij Lier en doet weinig anders dan eten, drinken, zijn pijp roken en zich verwonderen over de seizoenen. Timmermans schreef het terwijl hij herstelde van een zware ziekte, en het is een lang, dankbaar boek over het leven, met heel wat pannenkoeken.
  • De Scheepsjongens van BontekoeJohan Fabricius
    Drie jongens uit Hoorn, Hajo, Rolf en Padde, monsteren als scheepsjongens aan bij schipper Bontekoe voor Oost-Indië en maken brand, schipbreuk en lange omzwervingen mee. Het is voor kinderen geschreven, maar het is vlot genoeg voor elke volwassene die van een zeeverhaal houdt.
  • De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en eldersCharles de Coster
    Uilenspiegel, een Vlaamse grappenmaker die op dezelfde dag geboren is als de latere Filips II, zwerft door de Nederlanden met de dikke, hongerige Lamme Goedzak, terwijl de Spanjaarden ketters verbranden, onder wie zijn eigen vader, Claes. Het is schunnig, kwaad en volks, en slingert van slapstick naar verdriet.

—

danke fürs Lesen

De Negerhut von Harriet Beecher Stowe. Der Text ist in den USA gemeinfrei, digitalisiert von den Freiwilligen von Project Gutenberg. Wir liefern ihn aus unserer eigenen Kopie aus.

tale.fyi