tale.fyi

Inhalt▾
Inhalt
  1. Opmerkingen van de bewerker
  2. LAATSTE VERZEN
  3. GUIDO GEZELLE’S DICHTWERKEN
  4. LAATSTE VERZEN
  5. ’T ER VIEL ’NE KEER
  6. (Herinnering aan Beethoven’s Septuor.)
  7. ONBEVLEKTE VROUWE
  8. MIJMERINGE
  9. MOEDERKEN
  10. SINT JANS VIER
  11. BAST VAN MURWE WIJNGAARDBEZEN
  12. PERELS
  13. SERENUM ERIT
  14. (Matth. xvi:2)
  15. IMBER ABIIT
  16. OCTOBERBOOMEN
  17. AAN......?
  18. DE XIV STONDEN OF DE BLOEDIGE DAGVAART ONS HEEREN
  19. 1895
  20. DE EERSTE STONDE:
  21. GEVONNIST.
  22. DE TWEEDE STONDE:
  23. NAAR GOLGOTHA.
  24. DE DERDE STONDE:
  25. EERSTE VAL.
  26. DE VIERDE STONDE:
  27. MARIA.
  28. DE VIJFDE STONDE:
  29. SIMOEN VAN CYRENEN.
  30. DE ZESDE STONDE:
  31. VERONICA.
  32. DE ZEVENSTE STONDE:
  33. TWEEDE VAL.
  34. DE ACHTSTE STONDE:
  35. DE WEENENDE VROUWEN.
  36. DE NEGENSTE STONDE:
  37. DERDE VAL.
  38. DE TIENSTE STONDE:
  39. ONTKLEED.
  40. DE ELFSTE STONDE:
  41. GEKRUIST.
  42. DE TWAALFSTE STONDE:
  43. GESTORVEN.
  44. DE DERTIENSTE STONDE:
  45. DE VII WEE’N.
  46. DE VEERTIENSTE STONDE:
  47. EN BEGRAVEN.
  48. 1897
  49. VRIENDENZOEN
  50. VIS UNITA FORTIOR
  51. IK DROOME ALREÊ
  52. O BAND
  53. WIJ NADEREN
  54. ZEGEPRAAL
  55. DIE MIJN HERT BEMINT
  56. HALF APRIL
  57. GROENINGE’NS GROOTHEID OF DE SLAG VAN DE GULDENE SPOOREN
  58. I
  59. II
  60. III
  61. IV
  62. V
  63. VI
  64. IN SPECULO
  65. TWIJFELZONNIG
  66. EN DAARMEÊ AL
  67. JANTJE
  68. ZWART
  69. LOOFGEBOUW
  70. SPREEUWEN
  71. WEDERWIJVEN
  72. EXCELSIOR
  73. ’T SCHEERWIEL
  74. DE DOORNENBOOM
  75. QUIS NOS SEPARABIT?
  76. Ad Rom. viii:35.
  77. MIETJE
  78. ZONHOEDEN
  79. BUIGEN OF BERSTEN
  80. CYTISUS LABURNUM
  81. GIERZWALUWEN
  82. (Cypselus Apus)
  83. PASCENT IN ÆTHERE CERVI
  84. VIRG.
  85. DE SPERRETAKKEN
  86. SAMBUCUS NIGRA. L.
  87. BIGNONIA CATALPA. L.
  88. BEZIET DIE BOOZE KATTE
  89. ’T IS STILLE
  90. HET GULDEN VLIES
  91. HEBT MEÊLIJEN
  92. DE LEYE
  93. 1898
  94. DUIVEN
  95. MUSSCHEN
  96. DE DAGERAAD[1]
  97. NEVELDUISTERNIS
  98. WINDTOCHT
  99. AKSTERNESTEN
  100. LENTEGROEN
  101. VOORBIJ
  102. WIE IS ALS GOD[1]
  103. OCH WARE IK....
  104. GETIJDEN.[1]
  105. CINXEN
  106. DUC NOS QUO TENDIMUS![1]
  107. IN ’T RIET
  108. SORBUS AUCUPARIA. L.
  109. ... AAN DEN LINDEBOOM
  110. BLADERVAL
  111. EGO FLOS....
  112. (Cant. II:1)
  113. PLATANUS ORIENTALIS. L.
  114. SLAAPLIED
  115. KROMMENISSE
  116. VERLORENBROOD
  117. GODDELIJKE BESCHOUWINGEN.[1]
  118. 1899
  119. „VADER OVERLEDEN”[1]
  120. REQUIESCAT IN PACE![1]
  121. UIT DE DIEPTEN.
  122. HET VLAAMSCHE VOLK
  123. ONGEDAGTEEKENDE GEDICHTEN EN ONVOLTOOIDE „SLAPENDE BOTTEN”
  124. DE BOODSCHAP
  125. HOSANNAH
  126. WEGGEROOFDE LELIE
  127. GELIJK DE ARME PELGRIM
  128. O LIEFSTE JESU ZOET
  129. GEKRUISTE GOD
  130. AVE REGINA
  131. AANZIET DE KRAAIEN
  132. ’T WAS ’N WARE!
  133. MOCHT ZULK EEN TALE
  134. INHOUDSTAFEL
  135. Opmerkingen van de bewerker
Deutsch ▾

Laatste verzen

Guido Gezelle

kostenlos · 19.767 Wörter · ~1 Std. Lesezeit

Text von Project Gutenberg

scroll mal ↓weiter ↓

(von vorn beginnen)

Opmerkingen van de bewerker

De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.

De voetnoten zijn verplaatst naar het eind van het gedicht.

Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel en spellingsverschillen binnen een gedicht zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een dunne rode stippellijn, waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is. Daarnaast zijn inspringingfouten ook gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een dunne oranje stippellijn, waarbij via een zwevende pop-up de inspringing in de Brontekst wordt weergegeven.

 


 

LAATSTE VERZEN

In deze volledige uitgave van Guido Gezelle’s Dichtwerken verschijnen:

I.DICHTOEFENINGEN.
II.KERKHOFBLOMMEN.
III.GEDICHTEN, GEZANGEN, GEBEDEN EN KLEENGEDICHTJES.
IV.LIEDEREN, EERDICHTEN ET RELIQUA.
V/VI.TIJDKRANS.
VII/VIII.RIJMSNOER.
IX.HIAWADHA’S LIED.
X.LAATSTE VERZEN.

Apart verscheen:

VERZEN, Tweede druk, ing. ƒ 3.90, geb. ƒ 4.50.

GEDICHTEN, samengesteld door Dr. J. A. Nijland, ing. ƒ 1.90, geb. ƒ 2.50, leer ƒ 3.50.

BLOEMLEZING, samengesteld door Dr. J. A. Nijland, Vijfde verbeterde druk, ing. ƒ 0.90, geb. ƒ 1.25.

MOTTO-ALBUM, met versieringen van J. de Praetere, geb. in linnen of gebatikt ƒ 1.50, geb. in leer ƒ 1.90.

KLEENGEDICHTJES, Eerste en Tweede bundel à ing. ƒ 0.25. geb. ƒ 0.50.

LAATSTE VERZEN, Derde druk, geb. ƒ 1.90.

GUIDO GEZELLE’S DICHTWERKEN

LAATSTE VERZEN

VIJFDE DRUK

L. J. VEEN—AMSTERDAM
1913

BOEK-, COURANT- EN STEENDRUKKERIJ G. J. THIEME, NIJMEGEN

’T ER VIEL ’NE KEER

(Herinnering aan Beethoven’s Septuor.)

’t Er viel ’ne keer een bladtjen op
het water
’t Er lag ’ne keer een bladtjen op
het water
En vloeien op het bladtje dei
dat water
En vloeien dei het bladtjen op
het water
En wentel-winkelwentelen
in ’t water
Want ’t bladtjen was geworden lijk
het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als
het water
Zoo lijzig en zoo lustig als
het water
Zoo rap was ’t en gezwindig als
het water
Zoo rompelend en zoo rimpelend
als water
Zoo lag ’t gevallen bladtjen op
het water
En m’ ha’ gezeid het bladtjen ende
’et water
’t En was niet ’t een een bladtje en ’t an-
der water
Maar water was het bladtje en ’t blad-
tje water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
Als ’t water liep het bladtje liep,
als ’t water
Bleef staan het bladtje stond daar op
het water
En rees het water ’t bladtje rees
en ’t water
En daalde niet of ’t bladtje daalde
en ’t water
En dei niet of het bladtje dei ’t
in ’t water.
Zoo viel der eens een bladtjen op
het water
En blauw was ’t aan den hemel end’
in ’t water
En blauw en blank en groene blonk
het water
En ’t blaadtjen loech en lachen dei
dat water
Maar ’t bladtje en wa’ geen bladtjen neen
en ’t water
En was nie’ meer als ’t bladtjen ook
geen water
Mijn ziele was dat bladtjen; en
dat water
Het klinken van twee harpen wa’
dat water
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in den Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
En ’t lag ne keer een bladtjen op
het water.

Roux St. Leo, 1859.


ONBEVLEKTE VROUWE

o Altijd onbevlekte Vrouwe,
ik ben onweerd, eilaas, dat ik uw licht aanschouwe,
zoo lang mij in dit tranendal,
verdoold gelijk een ooi en teenemaal vol zonden,
den waren weg en is gevonden,
o Moedermaagd, die mij tot God geleiden zal.

Hoe menigmaal was, in dit leven,
mijn ziele eilaas den vrede kwijt,
omdat ik, ver van u gebleven,
me in ’s werelds weelden had verblijd;
’t was alles valsch, dat zij beloofden,
en, om hun’ schoon gepinte hoofden,
vol leugens blonk het, vol bedrog;
verfoeide pracht van die u haten,
Maria, ’k wil nu alles laten,
op U alleen betrouwe ik nog!
o Altijd.... enz.

De booze vijand kwam mij tergen
en, ringsom mij, zoo spookten fel
gedaanten, vrij zoo hoog als bergen
en wangedrochten uit de hel;
ik zou vergaan, ik zou verzinken,
ik zou den diepsten grond uitdrinken
des bekers die de ziel vergeeft,
had ik tot U, o altijd goede,
mij niet gewend; die, nimmer moede,
nog helpt die U geloochend heeft.
o Altijd....

Niet vrij eilaas, die ’s werelds lusten,
die ’s vijands wulpsch geweld ontvliedt,
en is hij; nooit en zal hij rusten,
verwint hij erger vijand niet;
ik ben mijn ergste vijand zelve,
hoe dieper ik mijn hart doordelve,
hoe meer ik vinde dat, onvrij
van alle kwaad, ik ga ten gronde
in eenen poel van rampe en zonde
ach, onbevlekte, bidt voor mij!
o Altijd.... enz.

20/12 1880.


MIJMERINGE

... Priez,
Priez pour ces hommes qui chantent
V. Hugo.

Geleefd! roepen ze:
’t is zoo vroeg te sterven;
gefooid! eer de dood
komt ons al bederven.
Gedanst op de blomme:
ons behoort heur glansen!
—Geweend! zoo zeggen zij,
om die lachend dansen!

Gebeên, roepen ze,
gij, vroeden, uw gebeden;
de beker is ons
bron van zaligheden!
De teuge en ’t gezang
verzoeten alle pijn.
—Gebeên! zoo zeggen zij,
voor al die zingend zijn.

Waarom, roepen ze,
’t roosken niet gebroken?
Het schoonste, is het niet
tot ’s konings lust ontloken?
Geen koning die bidde
of bedele om een vrouw
—gediend, zoo zeggen zij,
die ’t toekomt, immer trouw!

Geleefd roepen ze,
want de dagen spoeien.
—Geweend! zoo zeggen zij:
’t is troost daar tranen vloeien.
—’t Is valsch, roepen ze,
dat ’t minnen ooit kon geven!
—Gemind! zoo zeggen zij:
daar liefde is, daar is leven!


De waarheid, is zij nu bij hem die ’s herten kwalen
verdrinkt en, bij ’t genot des vollen bekers,
de liefde gekheid scheldt;
ofwel bij hem die trouw bemint en bidt, te halen?
Op beider voorhoofd hebt gij de antwoord, Heere,
in leesbaar schrift gesteld!

Oostermaand 1846.
D. Joaquim Rubió y Ors.
Guldemaand 1889.
Guido Gezelle.


deine Stelle wird wiederhergestellt…

der Rest wird geladen…

Als Nächstes lesen

  • GranidaP. C. Hooft
    Prinses Granida raakt tijdens de jacht verdwaald, stopt voor een slok water en ontmoet de herder Daifilo, die op slag verliefd op haar wordt. Hoofts herdersspel is kort en hoofs, zeventiende-eeuwse verzen over liefde en stand, voor lezers die van oud Nederlands houden.
  • Gösta BerlingSelma Lagerlöf
    Gösta Berling, een afgezette predikant met veel te veel charme, sluit zich aan bij de cavaliers die op het landgoed Ekeby in Värmland een jaar lang drinken en dansen. Lagerlöf vertelt het als half wilde legenden over wolven en bevroren meren, dus neem het als een saga.
  • Het portret van Dorian GrayOscar Wilde
    Dorian Gray wenst dat zijn portret oud zou worden in plaats van hijzelf, en Lord Henry, die bijna alleen in epigrammen praat, laat hem maar al te graag zien wat dat zou kunnen betekenen. Het is het grootste deel van de tijd geestig en zwaar geparfumeerd, en wordt dan kil en beangstigend.

—

danke fürs Lesen

Laatste verzen von Guido Gezelle. Der Text ist in den USA gemeinfrei, digitalisiert von den Freiwilligen von Project Gutenberg. Wir liefern ihn aus unserer eigenen Kopie aus.

tale.fyi